De geschiedenis van de Dogue de Bordeaux (verkort)

Alle hondenrassen zijn in rasgroepen verdeeld, de Dogue de Bordeaux (DDB), Bordeaux dog of French Mastiff valt onder de groep dogachtigen.

Kenmerkend voor dogachtigen en de DDB is daar geen uitzondering in, is de trouw aan hun baas, hun kalme aard en de rust die zij kunnen uitstralen. Waardoor ze de indruk wekken te slapen, maar niets is minder waar. Hij is een zeer goede waker, blijft alert, zonder meteen aan te slaan en houdt vaak vanaf een vaste plek zijn territorium in de gaten, waar ze dan ook makkelijk op blijven. Hun karakter maakt het een fijne hond voor huis en gezin. De DDB is echter geen hond om vaak zonder zijn roedel te vertoeven en kan dan ongewenst gedrag gaan vertonen. Hij zoekt niet snel ruzie, kan prima met (kleine) honden opschieten en ondanks hun zware bouw kunnen ze een goede snelheid op korte afstanden ontwikkelen en behoren een goed uithoudingsvermogen te hebben.

De DDB heeft een vergaande geschiedenis, al in de Romeinse tijd werd de moedige Mastiff beschreven. Van oorsprong in  Bretagne, waar hij het bezit van de Keltische bevolking was, en werd gedurende de eeuwen heen gebruikt als:
-Jachthond; 
-Legerhond, ter bescherming en begeleiding van de cavalerie;
-Dierengevechtshond, voor vermaak van de adel;
-Ter verdediging van kasteel, huis en hof; en
-Huis- en gezinshond.

De DDB komt aan zijn naam, doordat er langer dan in de rest van Frankrijk, in de franse streek Bordeaux veel meer gelegenheid was voor de dierengevechten, de voorheen genoemde Dogue de Francais werd daar omgedoopt tot Dogue de Bordeaux. 

 

ONTWIKKELING
Tijdens de Franse Revolutie werd het ras steeds zeldzamer. Van populaire legerhond en dierengevechtshond degradeerde hij tot gewone waakhond op de erven van boerderijen en wijngaarden. Na de Franse Revolutie ontdekte men dat er nog maar weinig exemplaren over waren en de echte liefhebber redde het ras van de verdere ondergang. Hij werd in Zuid Frankrijk nog gehouden als luxe- en waakhond.

In deze periode moest de DDB een schofthoogte van 76 centimeter  hebben en 65 centimeter kopomvang. Het lichaam moest gedrongen en gespierd zijn met zware botten. Op tentoonstellingen werden ze opgedeeld naar het grote en het kleine slag en in rode en zwarte maskers.                    Grote mate van inteelt heeft het ras veel schade toegebracht. Hierdoor voelde men zich genoodzaakt om de Bordeaux Doggen met andere rassen te kruisen. Hoe de Fransen de DDB hadden, hadden de Engelsen een grotere Mastiff.  De Engelse Mastiff was geel van kleur en gecoupeerd ter bescherming van verwondingen aan de oren.
Duitsland was ook in het bezit van een grote dogachtige maar deze is nooit gebruikt om te kruizen met de DDB.
Andere aanverwante  dogachtigen zijn de Duitse Boxer, de Engelse Bullmastiff, de Italiaanse Mastino Napolitano, de Engelse en Franse Bulldog en de Mopshond.  

Kruisingsresultaten:
-Met de Engelse Mastiff, doel was het ras te versterken, resultaat werd te hoog, smal, weinig            kopomvang en lange  voorsnuiten;
-Met de Spaanse Bulldog, doel was om moed en dapperheid   toe te voegen,
resultaat werden honden met vooruitstekende (nog niet gewenste) onderkaken, minder   ontwikkelde achterhanden, 
knikstaarten, kleinere formaten, gestroomde en bonte
kleuren.

Gevolg was dat er besloten werd met enkele oudere
exemplaren het gewenste type terug te fokken.

Na de twee wereldoorlogen was de populatie DDB’s in land van oorsprong flink gekrompen. Het ras had veel te lijden gehad tijdens de oorlogen en werd bedreigd met uitsterven. Door inzet van liefhebbers leefde het ras vanaf de jaren 60 in de vorige eeuw weer op in Frankrijk.

Liefhebbers van het ras fokten met respect en hebben het bereikt om van een leger-, dierengevechts-, erfbewaker en met uitsterving bedreigde hond een betrouwbare huis- en gezinshond te vormen.

De huidige Bordeauxdog is goedmoedig van karakter, vertrouwd met kinderen, bezit een natuurlijke aanleg als waakhond, maar heeft een consequente opvoeding nodig. Deze uitgesproken eerlijke honden verdienen een eerlijke baas, die met respect weet en wil omgaan met de aanleg in hun karakter.

 

 

DE RASSTANDAARD(EN)
Er is lang getwist onder de liefhebbers over het juiste type wat het opzetten van de standaard bemoeilijkte. Onderdeel  van de strijd was onder andere het ondervoorbijtende gebit. Na vele discussies door liefhebbers uit twee clubs, die ieder hun eigen type aanhingen, werd men het uiteindelijk toch met elkaar eens en dat leidde in 1926 tot het totstandkomen van de standaard. Het rode en zwarte masker, wat ook een onderdeel van de strijd was, werd in deze standaard
geaccepteerd.
De eerste standaard stamt van 1896, gepubliceerd onder de titel   ‘Caractère des vrais dogues’ (De aard van ware doggen) in ‘Le Dogue de Bordeaux’ van Pierre Mégnin.
De tweede standaard stond in J. Kunstler’s boek ‘Étude critique du Dogue de Bordeaux’ (Kritische studie over de Bordeaux Dog) van 1910.
De derde standaard, van 1971, is van de hand van Raymond Triquet, met medewerking van dierenarts Dr Maurice Luquet.
De vierde standaard is een herformulering hiervan op basis van het FCI-Jerusalem-model, gemaakt in 1993 door Raymond Triquet met medewerking van voorzitter Philippe Sérouil en het bestuur van de Franse rasvereniging, de Société des Amateurs de Dogues de Bordeaux.

Gebruikte literatuur
-www.bordeauxdogclub.nl
*Rasstandaard
vertaald door mevr. J. Leunissen-Rooseboom
*Artikel geschiedenis van de Bordeaux dog
Dogs with Spirit, april 1991
*Artikel Bas Bosch


 
Bordeauxdogherplaatsing.nl 2007-2009